De Zwijgfabriek

Een nationaal monument voor de asbestslachtoffers

Bij het schrijven van De Zwijgfabriek over het asbestverleden van fabrikant Eternit kwam de vraag op waarom er in Goor geen herinneringsplek is voor de asbestslachtoffers. Een monument voor de vaders, de moeders, de opa’s, de oma’s, de broers, de zussen, die werkten bij Eternit, die woonden langs wegen met asbestafval, die overalls van hun dierbaren wasten – en jaren later alsnog ziek werden en stierven. 

Er is – nog altijd – zo veel leed in Goor, Markelo, Rijssen, Diepenheim. Maar ook elders in Nederland eist asbest tot op de dag vandaag nog slachtoffers. 

Een herdenkingsplek is er wel in Kapelle-op-den-Bos, het dorp in Vlaanderen waar het Belgische moederbedrijf van Eternit staat. Middenin het dorp, op het Marktplein, staat een bronzen standbeeld. Het beeld ‘Ademloos’ van de plaatselijke kunstenaar Guido van Causbroeck is bedoeld als eerbetoon en herinnering aan asbestslachtoffers. 

De gedachte aan een monument in Goor krijgt bij mij een impuls tijdens een gesprek voor De Zwijgfabriek met Martin Witteveen (62). Zijn vader Henk Witteveen werkte bijna 30 jaar bij Eternit. In 2001 overleed Henk op 67-jarige leeftijd aan asbestkanker (mesothelioom).

Henk Witteveen is 54 als Eternit hem in 1989 op straat zet bij een reorganisatie. Als actief lid van de Industriebond CNV hield hij zich in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw niet stil over de misstanden in het bedrijf. Hij stond op voor zijn collega’s, die hem zijn kritische houding lang niet altijd in dank afnamen – ze waren bang voor verlies van werkgelegenheid. Henk Witteveen werkte al sinds in 1953 bij Eternit, waar hij met eigen ogen zag hoe onverantwoordelijk er in het bedrijf met asbest werd gewerkt. Arbeiders gooiden soms uit balorigheid ballen pure asbest naar elkaar. In de jaren ’70 was hij nauw betrokken bij het opstellen van een zwartboek over Eternit. Henk Witteveen was een heldhaftige klokkenluider, zoals er meer zijn geweest bij dit bedrijf. 

Tijdens het interview met Martin Witteveen, kwam het gemis aan een monument in Goor voor de slachtoffers van Eternit ter sprake. ‘’Plaats een klein monument met een tekst over al die mensen die dood zijn gegaan door dat asbest. Er is niks dat aan hen herinnert in Goor. Dat is heel triest’’, zei Martin Witteveen.

Daags na dit gesprek ben ik naar Goor gefietst. Ik heb er minstens tien geschikte plekken gefotografeerd voor een nationaal monument voor asbestslachtoffers. Onder meer in de wijk ’t Gijmink, waar sinds jaar en dag veel werknemers van Eternit wonen en waar het bedrijf in het verleden eigen woningen liet bouwen – allang gesloopt bij een grootschalige asbestsanering. 

De suggesties voor de locaties zijn hieronder te zien. 

Er ligt hier misschien een rol voor de gemeente Hof van Twente, die net als andere overheden en toezichthouders in het verleden in het asbestdossier niet een heel actieve rol speelde. Of wellicht biedt een monument aan Eternit een kans iets tastbaars terug te doen naar oud-werknemers, omwonenden en nabestaanden. 

Een monument kan mogelijk ook een nationale herdenkingsplek zijn voor de duizenden asbestslachtoffers in Nederland, de mannen en vrouwen die zijn overleden of nog zullen overlijden door blootstelling aan asbest in de scheepsbouw, de isolatiebranche en de bouw.

Joop Bouma, september 2025