Dominee Overduin hielp tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden om onder te duiken. Maar meteen na de bevrijding deed hij juist iets wat de wenkbrauwen bij iedereen deed fronsen. Willy Berends schreef er een boek over en komt in Villa VdB vertellen wat dat precies was.
In het sfeervolle en authentieke café Het Bolwerk in Enschede vond zondagmiddag 13 april de indrukwekkende presentatie plaats van Leen, het nieuwe boek van auteur Willy Berends over dominee en verzetsstrijder Leendert Overduin. Ruim vijftig aanwezigen woonden de bijeenkomst bij, waaronder familieleden van Overduin en nazaten van Joodse families die dankzij zijn hulp de Tweede Wereldoorlog overleefden.
In een uitgebreid interview vertelde Willy Berends over de totstandkoming van het boek, dat in een recordtijd van slechts drie maanden geschreven werd. Leen vormt een waardevolle aanvulling op de bestaande biografie van Overduin uit 2000, geschreven door A. Bekkenkamp. Het nieuwe boek biedt niet alleen veel onbekende feiten en nieuwe perspectieven op Overduins verzetswerk, maar beschrijft ook zijn blijvende invloed na zijn overlijden. Zo komt onder meer de rol van Herbert Zwartz aan bod, die een cruciale bijdrage leverde aan het eerherstel en de geschiedschrijving rondom Overduin.
Het geweten van een stad
Het boek Leen brengt het verhaal tot leven van een stad in oorlogstijd en een dominee die het verschil maakte. In Enschede, waar tijdens de oorlog de Nederlandse Jodensterren werden geproduceerd, ontstond een ongekende vorm van samenwerking. De lokale Joodse Raad, fabrikanten, de gemeente en Overduin werkten samen in een ondergronds netwerk dat uiteindelijk circa 1.200 Joodse onderduikers wist te redden. De organisatie van Overduin, samen met zijn zusters, voorzag in onderduikadressen, voedselbonnen, medische zorg en veiligheid. Ondanks arrestaties door de Sicherheitsdienst overleefden alle mensen die hij hielp – inclusief hijzelf – de oorlog.
Het boek benadrukt dat Overduins hulporganisatie, in verhouding tot de stadsgrootte, de meest succesvolle in bezet Europa was. Toch bleef zijn verhaal lang onderbelicht. Overduin sprak er zelf nauwelijks over en officiële erkenning bleef uit. Leen is daarom niet alleen een eerbetoon, maar ook een noodzakelijke correctie op het collectieve geheugen van Enschede.
Hij belichtte de heldendaden van dominee Leendert Overduin vijf jaar geleden al eens in een documentaire, nu heeft Willy Berends de redder van zoveel Joodse inwoners van Enschede ook beschreven. Zijn boek Leen wordt zondag ten doop gehouden.
Willy Berends | Leen – Iets dat te maken heeft met ‘God’
In Enschede organiseert dominee Leendert Overduin een ondergrondse reddingsoperatie voor Joodse inwoners. Met hulp van de Joodse Raad, textielfabrikanten en de politie helpt hij 1.200 mensen onderduiken. Zijn succesvolle hulporganisatie blijft grotendeels onbekend. De biografie Leen van Willy Berends belicht dit vergeten heldenverhaal.
Op het toilet even wegdromen bij foto’s van een Twents landschap of een beeld dat elke Tukker herkent? Voor een nieuwe scheurkalender die volgend jaar moet verschijnen, zoekt de Nedersaksische Uitgeverij naar fraaie, typisch Twentse plaatjes. Iedereen mag ze insturen, zelfs telefoonfoto’s zijn welkom. “We selecteren de meest herkenbare, mooie en bijzondere beelden.”
De Twentse Scheurkalender volgt op de voorafgaande succesvolle Sallandse editie, vertelt pennningmeester Inge Kemper van de Nedersaksische Uitgeverij uit Haarle die al langer werkt aan het maken van kalenders. “De Sallandse scheurkalender maakten we al voor dit jaar en die viel erg goed in de smaak.”
“We werken nu bijvoorbeeld ook aan een nieuwe editie van Jip & Janneke in het Twents”, aldus de medewerkster van de stichting die volledig draait op vrijwilligers die samen de streekcultuur levend willen houden.
Je mag hem gerust de Oskar Schindler van Twente noemen. Of van Nederland. Dan zeg je geen woord teveel. Enschedeër Leendert Overduin zette tijdens de Tweede Wereldoorlog een ondergrondse woningbouwvereniging op. Met een onderhoudsdienst en een bijstandsafdeling. Twaalfhonderd Joden kregen onderdak, eten en meer. Zij overleefden de oorlog allemaal. Bron: 1Twente
In Enschede organiseert dominee Leendert Overduin een ondergrondse reddingsoperatie voor Joodse inwoners. Met hulp van de Joodse Raad, textielfabrikanten en de politie helpt hij 1.200 mensen onderduiken. Zijn succesvolle hulporganisatie blijft grotendeels onbekend. De biografie Leen van Willy Berends belicht dit vergeten heldenverhaal.
Lotje de Lussanet bespreekt haar nieuwe boek met gastsprekers: Ron Blom – teamleider bij Staatsbosbeheer, Harrie Alberts – voormalig medewerker ministerie van LNV en Gerrit Wentink – hoveniersbedrijf Wentink
Waarom worden bomen gekapt of juist gespaard? Welke verhalen en tradities zijn onverbrekelijk verbonden aan bos en bomen? Hoe ervaren inwoners van Diepenheim de veranderingen van het landschap door de intensieve landbouw en de technologische vernieuwingen?
Lotje de Lussanet sprak met meerdere deskundologen, zowel in het Stedeke als daarbuiten, over hun relatie met natuur en bomen. Als beeldend kunstenaar zocht zij naar een dialoog tussen hun verhalen en haar kunstwerken. Dat heeft geleid tot een fraaie uitgave met een mooi grafisch design en een expositie, samen een bescheiden bijdrage aan cultuur en landschap op een bevoorrechte plek op deze wereld.
Gastsprekers boekpresentatie:
Ron Blom – teamleider bij Staatsbosbeheer
Harrie Alberts – voormalig medewerker van het ministerie van LNV
LATTROP-BREKLENKAMP – Wie waren de ‘juffers’ van ‘t Stift Wietmarschen die bijna vier eeuwen geleden zes gebrandschilderde ramen aan het Huis Breckelenkamp schonken. Waar zijn ze gebleven toen ze in 1882 na een tentoonstelling in Zwolle spoorloos verdwenen? Op deze en andere vragen geeft Matthijs Wanrooij een antwoord in zijn boek ‘Zeewezens van glas’ dat vrijdag 15 november in het ‘Huis’ door de Nedersaksische Uitgeverij wordt gepresenteerd. De ramen werden als teken van dank aan de Heer van Breckelenkamp geschonken, omdat hij gedurende de 30-jarige oorlog het Stift had beschermd tegen het plunderende Zweedse krijgsvolk.
“Wanrooij verdiept zich in een boeiende geschiedenis die zowel de historische gebeurtenissen als de betekenis van de glas-in-lood ramen van het klooster als de regio belicht en niet in de laatste plaats de diepte van de band tussen het klooster Wietmarschen en het Huis Breckelenkamp.”
In zijn voorwoord – in het Nederlands en Duits – komt Carl Ferdinand Fúrst zu Bentheim und Steinfurt tot deze conclusie na het lezen van Wanrooij’s verslag.
Wanrooij – bewoner van het Huis – is van het begin af aan gefascineerd geweest door het raadsel van de verdwenen ramen. Nadat ze uit de gevel van het Huis waren verwijderd ten behoeve van de tentoonstelling, zijn ze in Zwolle in stukken aangekomen. Na de tentoonstelling verdwenen ze op mysterieuze wijze en ondanks nasporingen bleven ze spoorloos. Tot een winterse avond in 2017. Wanrooij ontving een telefoontje van Rob Bloemendaal, de nieuwe inventarisbeheerder van Twickel. Of hij onmiddellijk kon komen, want hij had iets belangrijks voor Wanrooij gevonden. Die liet zich geen twee keer vragen en nog dezelfde avond klommen beide mannen bij het schijnsel van een zaklantaarn naar de zolder van het kasteel. Daar zag Wanrooij in het schijnsel van de zaklantaarn een punt glas met daarop de tekst ‘ Aleida van Twickel’ uit een oude krant steken. De lang gezochte verdwenen ramen!
Die vondst – zeven jaar geleden – vormt het begin van een spannende hersteloperatie, want voor Wanrooij stond van meet af aan vast dat de ramen in ere hersteld moesten worden. Dat voornemen leidde een moeizame zoektocht naar de juiste mensen in. De stukken moest weer op de juiste plaats worden gelegd, er ontbraken stukjes en de bij elkaar gelegde stukken moest vervolgens tot hele ramen worden ‘gesmeed’. Dat plak- en knipwerk is uiterst zorgvuldig door Arnold Gevers en Albert Mensema (voorheen werkzaam bij het Historisch Centrum Overijssel) uitgevoerd. Geen eenvoudige opgave, want het was al snel duidelijk dat er sprake was van glaskunst van het hoogste niveau. Zelfs met de huidige moderne middelen nauwelijks te evenaren. Dat ware huzarenstuk werd uiteindelijk op miraculeuze wijze door de Enschedese glaskunstenares Betty Bulthuis geklaard.
Het hele proces dat heeft geleid tot herplaatsing in de Bloesemzaal van Breckelenkamp is als een spannende roman beschreven en de fraaie foto’s van Carlo ter Ellen dragen bij aan een duidelijke beeldvorming.
Hoe gaat Twente met zijn verleden om? Dat is de centrale vraag in het Jaarboek Twente 2025. Dat boek is onlangs uitgegeven door de Nedersaksische Uitgeverij Bij ons is voorzitter van de Nedersaksische Uitgeverij: Robert Kemper Alferink.